woensdag 30 oktober 2013

Schrijfopdracht 2, Verslag

Schrijfvaardigheid: Slot

Ruslandreis

Toen we vorig schooljaar te horen kregen dat je de mogelijkheid kreeg om op uitwisseling te gaan naar een ander land, was ik meteen enthousiast. Ik wilde erg graag naar Rusland. Ten eerste omdat ik er nog bijna niets van wist en ten tweede omdat ik graag wilde weten hoe het dagelijks leven er daar aan toe gaat. Ik was dan ook erg blij toen ik hoorde dat ik een van de dertien leerlingen was die naar Rusland zouden vertrekken.

Zondag hadden we geen officieel programma dus mochten we ons eigen programma invullen. Lera´s moeder moest werken, dus hadden we met andere leerlingen die ook aan het programma meedoen, afgesproken. We gingen eerst rond half 12 ontbijten bij de MacDonalds met Maarten, Igor, Alwin en Misha. Toen we waren uitgegeten liepen we door Moskou. We kwamen langs de dierentuin en Alwin, Maarten en ik wilden wel weten hoe de dierentuinen in Rusland waren, dus gingen we erheen. Waar we ons erg over verbaasden was dat we gratis naar binnen konden. In Rusland is het blijkbaar normaal dat minderjarigen gratis de dierentuin in mogen. Later hoorden we van iemand anders dat het alleen mag als je ook een Russische identiteit had. Aha, vandaar dat we zo snel moesten doorlopen en onze mond moesten houden. Maar ja, toen was het leed al geschied. De dierentuin verschilde niet zo heel veel met de dierentuinen in Nederland. Deze was misschien iets minder mooi en groot, maar de dieren hadden wel even grote verblijven. Het was heel gezellig en we hebben veel foto´s gemaakt.

Toen we anderhalf uur later weer uit de dierentuin kwamen en afscheid hadden genomen van de jongens, kreeg ik mijn eerste ervaring met de metro. Dat was wel even wat anders dan het openbaar vervoer bij ons. Ten eerste zijn de metrostations echt ware kunstwerken. Marmeren zuilen en kunstige schilderijen en ornamenten zijn daar de normaalste zaak van de wereld. In het metrostation zag het zwart van de mensen en iedereen had haast. Je hoeft maar één kaartje te kopen om met de metro te gaan, ongeacht hoe ver je gaat. Maar het is dan ook onmogelijk om te werken met ov-chipkaarten waarmee je moet in- en uitchecken, omdat het zo druk is. Ook gaan de metro´s in Moskou om de negentig seconden. Dus als de deuren dichtgaan, gaan ze ook echt dicht. Het is tijdens ons verblijf dan ook een aantal keer gebeurd dat er nog een aantal leerlingen achterbleven op het station om te wachten op de volgende metro.

Toen we met de metro waren aangekomen bij het Gorky Park, ontmoetten we daar Maureen, Diana, Pim en Andrey. Eigenlijk zouden we met nog veel meer mensen iets gaan doen, maar alle anderen konden toch niet komen. Ondanks dat was het erg gezellig. Bij de ingang van het park stond er een I love Moscow-beeld. En daar moesten we natuurlijk wel even mee op de foto.Nadat we koffie en donuts hadden gehaald, speelden we “Truth or Dare”. Dat leverde een paar hilarische momenten op! Diana noemde bijvoorbeeld een skateboard ‘lief’, Maureen begon in het Nederlands tegen een Rus te praten en nog veel meer.
I love Moscow-beeld bij het Gorky Park
Om zeven uur gingen Lera en ik samen naar de musical “Chicago”. Hij was 18-plus, maar we kwamen toch binnen. Daar verbaasde ik me erg over. Want ik denk niet dat dat in Nederland zo snel zou kunnen. Lera had hem al eerder gezien en toen was hij in het Engels, dus nu dachten we dat dat ook zo was. Helaas hadden we dat verkeerd gedacht. De musical was dus in het Russisch, maar door gebaren, toon, gezichtsuitdrukking en wat hulp van Lera kon ik het toch aardig volgen.

De rest van de week was ook al helemaal geweldig, dus al met al heb ik echt een fantastische week gehad! Ik heb zoveel nieuwe ervaringen gehad en nieuwe mensen leren kennen. Het was echt een ervaring die ik nooit meer ga vergeten! Ik kijk dan ook erg uit naar april, wanneer de Russische leerlingen hierheen komen!


woensdag 25 september 2013

Schrijfopdracht 1, Reactie op forum

Media hebben leesgedrag sterk beïnvloed


Bij deze wil ik reageren op het bericht van Martin Slagter. Hij schreef daarin het volgende:

 “Als oorzaak van de ‘ontlezing’ wordt vaak gewezen op het succes van de nieuwe media. Jongeren lezen geen boeken meer, omdat er zoveel concurrerende tijdsbestedingen zijn. Natuurlijk hebben de nieuwe media invloed op het leesgedrag van jongeren, maar een veel grotere rol in het proces van ontlezing speelt een gebrek aan schriftelijke taalvaardigheid.”
Later zegt hij dat veel jongeren deze schriftelijke taalvaardigheid niet beschikken, juist doordat ze te weinig boeken lezen.

Hier ben ik het niet helemaal mee eens. In tegenstelling tot Martin denk ik dat de media in deze kwestie de grootste rol spelen. Het klopt dat veel jongeren gebrek aan schriftelijke taalvaardigheid hebben, maar dat is pas zo sinds het succes van de nieuwe media. Het gebrek aan taalvaardigheid is dus een gevolg van de komst van deze concurrerende tijdsbestedingen. Als deze er niet geweest zouden zijn, zouden jongeren zijn blijven lezen en zouden ze de wel over de nodige leesvaardigheden beschikken. En hoe zou het anders mogelijk zijn dat jongeren vroeger, zoals Martin beweert, wel de over nodige taalvaardigheden beschikten en tegenwoordig niet meer?


Ik geloof dus dat door de komst van de nieuwe media jongeren minder zijn gaan lezen, waardoor de schriftelijke taalvaardigheid achteruit ging, en dat ze nu daardoor geen literaire boeken meer kunnen lezen. 

donderdag 13 juni 2013

Schrijfopdracht 8, ingezonden brief.

Schrijfvaardigheid: publieksgerichtheid

Beste redactie van het NRC Handelsblad,

Op 24 mei 2012 verscheen in uw blad het artikel WIJ WILLEN LES VAN SLIMME EN COOLE LERAREN, NIET VAN ‘ZESJES’ , geschreven door Casper Horsch e.a. Ik wil daar graag op reageren.

Om te beginnen deze bewering: “Het is niet zo vreemd dat het lerarentekort nog niet is opgelost door leraren een bonus te geven. Het streven moet niet zijn om mensen aan te trekken die voor een paar euro’s extra in de maand wel voor de klas willen zitten, maar om academici aan te trekken die het niet alleen voor die eurootjes doen, maar ook voor de waardering, uitdaging en maatschappelijke relevantie van hun baan.” Hierin ben ik het volkomen met Casper Horsch eens. Het is erg belangrijk dat kinderen en jongeren goed opgeleid worden. Immers, de kinderen van nu, zijn de volwassenen van morgen. Daarom vind ik het niet kunnen dat er leraren voor de klas staan die niet de juiste mentaliteit hebben.

Het volgende waarop ik wil reageren is dit: “Een leraar wordt daarentegen gezien als onderbetaald en ondergewaardeerd door zowel leerlingen als de samenleving.” Hier ben ik het niet mee eens. Je kunt niet alle leraren over één kam scheren, elke situatie is anders. Natuurlijk zijn er leraren die worden gezien als onderbetaald en ondergewaardeerd. Maar dat is lang niet bij alle leraren zo.

In het artikel wordt ook voorgesteld om in Nederland het Finse model in te voeren. Dat houdt in dat het veel lastiger moet zijn om leraar te worden en dat alleen de goede, hoogopgeleide studenten ervoor in aanmerking komen. Daar sta ik volkomen achter. In Nederland lijkt het alsof iedereen zomaar leraar kan worden en is het daarom niet speciaal als je leraar bent. Als het beroep leraar alleen maar voor een bepaalde selectie studenten weggelegd is, zal het steeds belangrijker en populairder worden.

Met vriendelijke groeten,

Anna-Wil Blokland

maandag 13 mei 2013

Schrijfdossier, Les 7 Interview


"Onze cliënten kunnen vaak veel meer dan men denkt" 

Door: Anna-Wil Blokland

Ik vroeg aan mijn zus, Denies Blokland, of ik haar mocht interviewen over haar baan. Ze wilde graag meewerken, dus we zoeken een plekje in het huis op waar ik haar rustig kan interviewen. Met een heerlijk bakje thee en een ontspannen sfeer beginnen we te praten.

Denies werkt in het werk- en activiteitencentrum van Delta Psychiatrisch Centrum in Poortugaal. Ze wilde daar gaan werken omdat ze daar bezig zijn met het gezonde verstand van de cliënten en niet alleen met de beperkingen. ‘Want,’ zegt ze, ‘onze cliënten kunnen vaak veel meer dan men denkt. Met de juiste begeleiding willen we juist dat positieve in hen naar boven halen.’

‘Het leuke aan mijn baan vind ik dat je vaak ziet dat mensen echt iets leren’
Op haar gemiddelde dag leest Denies eerst de rapportages van de cliënten die ze die dag gaat begeleiden door. In die rapportages staan allerlei gegevens van de cliënten en dingen waar eventueel rekening mee moet worden gehouden. De rest van de dag begeleidt ze cliënten met verschillende cursussen. ‘Vaak gaan we ook buiten de afdeling, bijvoorbeeld naar het Albeda-college waar sommige cliënten een cursus volgen.’  Ook werken de begeleiders samen met de cliënten aan bepaalde doelen die ze stellen.

‘Het leuke aan mijn baan vind ik dat je vaak ziet dat mensen echt iets leren en dat er vaak echt ontwikkeling is’, verteld Denies vol enthousiasme.  Maar ze vindt het soms lastig om zich in te leven in het ziektebeeld cliënten. Denies: ‘Sommige gedachtes of gewoontes zijn voor mij gewoon onbegrijpelijk.’

Om dit werk te doen heb je dan ook een aantal kwaliteiten nodig, zoals je kunnen inleven in anderen en je eigen gevoelens onder controle kunnen houden. Ook moet je echt stevig in je schoenen staan, want soms dreigt een bepaalde situatie uit de hand te lopen en dan moet je dat wel aankunnen. Denies maakt regelmatig bizarre dingen mee, maar daar kan ze niet over uitweiden. ‘Vanwege de privacy van onze cliënten’ zegt Denies.

Respect
Ten slotte vraag ik haar of de cliënten haar wel respecteren, ondanks haar jeugdige leeftijd. De meesten accepteren Denies wel als begeleider. ‘Het is één keer gebeurd dat ik een “klein kind” werd genoemd door een cliënt die het niet kon hebben dat ik een bepaalde regel hanteerde. Maarja, dat kan gebeuren’

Alle vragen zijn gesteld, de thee is op en het interview is afgerond. Hartelijk bedankt voor je openheid, Denies!

donderdag 21 februari 2013

Schrijfopdracht 6


Schrijfvaardigheid: publieksgerichtheid


Anna-Wil Blokland
Baanhoek 97
3361 GB SLIEDRECHT

Hamster bv.
T.a.v. M. Woudstra
Oude Gracht 31
2011 GL HAARLEM

Sliedrecht, 21 februari 2013

Betreft: gekochte schaatsen

Geachte heer Woudstra,

In november heb ik een paar Kootstra-schaatsen van 125 euro gekocht bij Hamster bv. Maar ik ben niet helemaal tevreden. In oktober van dit jaar wilde ik namelijk een mooi paar kopen dat was afgeprijsd tot 100 euro. Helaas werd door de winkel vergeten om het paar in mijn maat te bestellen en in november was dit type uitverkocht. De verkoper weigerde andere schaatsen met korting te verkopen, ook al was het een fout van de winkel. Ik heb toen in november alsnog het duurdere paar gekocht, maar toen ik voor het eerst ging trainen, trok ik de veterbevestiging kapot. De verkoper bood aan om ze te laten repareren, maar ik wilde mijn geld terug. In plaats van geld kreeg ik twee waardebonnen die ik in uw winkel kan besteden.

Dit vind ik absoluut geen service. Door een fout van de winkel heb ik 25 euro extra betaald en toen er iets mis was kreeg ik niet eens mijn geld terug. Ik kreeg alleen twee waardebonnen die ik alleen in uw winkel kon besteden en alleen binnen maanden weken. Zo verdient u alsnog aan een fout van uw eigen winkel. Ik heb geprobeerd om redelijk te zijn, maar ik vind dit echt te ver gaan. De service in uw winkel was niet goed.

Ik verwacht van u dat ik mijn geld terugkrijg. Ook hoop ik dat u met uw personeel over deze zaak zou kunnen praten. Ik zeg dit niet alleen uit mijn eigen belang, maar ook zodat er geen verdere klachten over de service van Hamster bv. zullen komen. Ik hoop dat u mijn klacht in acht neemt en ik verwacht spoedig bericht terug.

Met vriendelijke groeten,









Anna-Wil Blokland

woensdag 30 januari 2013

Schrijfopdracht 5

Schrijfopdracht 5
Schrijfvaardigheid: vaste tekststructuren
Cato Overbeek en Anna-Wil Blokland

Mensen als beesten behandeld
Het kastenstelsel in India
Een jongen loopt over straat. Als hij bij een winkel naar binnen wil gaan, wordt hij uitgescholden en weggejaagd. Iedereen kijkt hem met minachting aan. Pas als hij terugkomt in de wijk waar hij woont, groeten mensen hem weer gewoon. Deze jongen maakt deel uit van het kastenstelsel in India…
Het kastenstelsel in India is een systeem dat de samenleving in verschillende groepen, kasten, indeelt. Elke groep heeft bepaalde plichten en rechten, dus niet iedereen is gelijk aan elkaar. Er is veel sprake van discriminatie. We gaan jullie vertellen hoe het er vroeger aan toe ging, het er nu aan toe gaat en hoe het in de toekomst aan toe zal gaan.


Het kastenstelsel vroeger
Vroeger was er in India een heel groot verschil tussen arm en rijk. Je status werd bepaald door je huidskleur. Hoe blanker je was, hoe meer status je had. Mensen die  tot dezelfde kaste behoorden, woonden bij elkaar in verschillende wijken. Er kwamen aparte kasten voor mensen die hetzelfde beroep deden. Als je vader bijvoorbeeld straatveger was, werd jij ook straatveger. Je beroep en in welke kaste je terechtkwam, stond dus bij de geboorte al vast. Rond de jaren 50 is het kastenstelsel officieel afgeschaft, omdat men vond dat iedereen gelijke rechten en plichten zou moeten hebben.

Het kastenstelsel nu

Ondanks dat het kastenstelsel officieel afgeschaft is, komt het bijna overal in India nog steeds voor. Nu is er verschil tussen het kastenstelsel op het platteland en in de steden.
Op het platteland is er minder grond beschikbaar per familie, door de grote bevolkingstoename van de laatste eeuw. Sommige mensen uit de hogere kasten zijn hierdoor ‘gewoon’ boer geworden. Ze moeten alles zelf doen. De rijkere families uit diezelfde kasten kijken minachtend op hen neer, omdat ze het werk doen dat niet geschikt voor hen zou zijn. Maar die arme boeren trekken zich hier weinig van aan, want ze moeten toch hun brood verdienen.  Hieraan kun je zien dat de mensen op het platteland zich steeds minder aan de regels van het kastenstelsel houden. De nieuwe generatie uit de lagere kasten wil gelijke rechten voor iedereen. Zij willen niet meer als beesten behandeld worden.  Zo wordt het kastenstelsel ook verder teruggedrongen op het platteland.
In de steden is het kastenstelsel al iets meer teruggedrongen dan op  het platteland. Dat komt doordat de mensen in de stad minder de neiging hebben om hun tradities in ere te houden. Maar dat betekent niet dat het kastenstelsel in de stad helemaal  verdwenen is. Het is nog ruimschoots aanwezig.

Het kastenstelsel in de toekomst
Experts verwachten dat het kastenstelsel in de toekomst nog meer teruggedrongen zal worden. Er komt meer opstand tegen het kastenstelsel dan vroeger en de nieuwe generatie wil gelijke rechten. Ze verwachten niet dat het ooit helemaal uit de samenleving zal verdwijnen, omdat het al helemaal ingeburgerd is en iedereen eraan gewend is.
Het kastenstelsel is in de loop der jaren dus erg veranderd. Hoewel  in het begin iedereen zich nog aan de regels van het kastenstelsel hield, is de waarde die men aan het kastenstelsel hechtte een nu stuk minder geworden. Maar waarschijnlijk zal het nooit helemaal uit de samenleving verdwijnen…




woensdag 16 januari 2013

Schrijfopdracht 4, Nieuwsbericht


Schrijfvaardigheid: Inleiding

Waar blijft hij toch?
Sinterklaas bijna te laat op het Camphusianum Gymnasium

Al vele jaren eerder vereerde Sinterklaas rond 5 december het Camphusianum met een bezoek. Elk jaar weer dropveteren, bij Sinterklaas op schoot, in de zak en nog veel meer. Maar nog nooit was het zo spannend.

Op woensdag 5 december 2012 zat het hele auditorium vol met kinderen. Iedereen deed hetzelfde; wachten op de goedheiligman. Want dit jaar was het maar de vraag of Sint wel op tijd zou komen. Gelukkig werden de Sint en zijn pieten door een cameraman gevolgd, zodat iedereen in het auditorium kon meegenieten van hun race tegen de klok.

Sint en zijn pieten tijdens hun race tegen de klok


Toch nog goed gekomen
Ondanks dat Sint zijn baard een beetje was afgezakt en een piet over een hekje was gevallen, kwam alles toch nog goed. Er steeg luid gejuich op uit het auditorium toen de Sint met zijn pieten kwam binnengerend. Ze stonden nog na te hijgen toen de eerste leerling bij Sinterklaas moest komen.

Niet zulke zoete kinderen
Er kwamen erg veel kinderen bij Sinterklaas die hun leven moesten beteren. Zo mochten bijvoorbeeld een paar meisjes uit de 4e niet meer stiekem roken in het speeltuintje en een brugger mocht niet meer met slagroom spelen. Ook waren er erg veel stelletjes die veel te klef deden volgens onze Sint. De Sint zei zelfs: ‘Gatverdamme, wat een stelletje viespeuken!’ Gelukkig zijn er na deze uitbarsting van de Sint een stuk minder zoenende stelletjes te zien in de gangen van het Camphusianum.

Al met al was het voor de meesten een gezellige sinterklaasviering. Er is gehuild en er is gelachen. Er is gefeest en er is geluisterd. Nadat Sinterklaas was vertrokken, gingen de meeste klassen naar een lokaal om nog even na te praten.