woensdag 13 mei 2015

Uiteenzetting Taalkundetheorieën


Taalverwerving

Taalverwerving. Dat is niet een woord waar ik in mijn vrije tijd eens flink over na zou denken. Een poosje terug vond ik het verwerven van taal nog iets heel vanzelfsprekends. Heel normaal. Niks geks. Maar een aantal weken terug begonnen we bij het vak Nederlands met het behandelen van taalverwerving en vier verschillende taalkundetheorieën omtrent dit onderwerp. Tijdens lessen werd ik mij er steeds bewuster van dat taalverwerving eigenlijk iets heel interessants is. Want hoe kan het nu dat we eigenlijk allemaal over hetzelfde taalgevoel beschikken? Hoe weten we van een zin die we nog nooit gehoord hebben toch of deze grammaticaal correct is of juist niet?
De volgende vier taaltheorieën proberen antwoord te geven op vragen als deze.


Chomsky
We beginnen met de theorie van Noam Chomsky. De theorie van deze Amerikaanse taalkundige kun je op de volgende manier kort samenvatten: kinderen kunnen een taal verwerven door hun aangeboren aanleg hiervoor. Hij denkt dus dat taalgevoel aangeboren is en dat het kinderen de taal niet 'leren'. Het argument dat hij hiervoor aanvoert is dat een taal te complex zou zijn om aan te leren. Uiteraard is deze theorie niet waterdicht, daarom zegt Chomsky ook dit: De Universele Grammatica bestaat uit principes en parameters.1 Het algemene taalgevoel bestaat uit principes en zijn voor elke taal hetzelfde. De parameters worden gebruikt voor het leren van specifieke kenmerken van een taal. Hier wordt dus later in het leven pas inhoud aan gegeven.

Optimaliteitstheorie
De Optimaliteitstheorie heeft een iets andere kijk op taalverwerving. Deze theorie gaat wel uit van aangeboren taalgevoel maar met andere voorwaarden. Volgens deze theorie bestaan er allerlei regels over taal waaraan een spreker van die taal zich zo goed mogelijk probeert te houden. Natuurlijk kunnen deze regels elkaar tegenspreken en daarom is een regel ofwel 'hard' ofwel 'zacht'. De beste zin zou zijn als er geen regels worden geschonden, maar als het echt niet anders kan hebben de 'harde' regels voorrang. Per taal verschillen de sterkten van de regels weer.2

Tomasello
De derde visie gaat niet uit van aangeboren taalgevoel. Volgens Tomasello is niet het taalinstinct aangeboren, maar het sociale instinct. Kinderen hebben de wil om volwassenen te begrijpen en met hen te communiceren en daardoor leren zij alles van hun omgeving. Ze stoppen allerlei elementen die ze opvangen bij elkaar en maken daar hun eigen taaltje van. Als je als ouder je kind verbetert of bepaalde woorden vaak genoeg herhaalt, zal het kind er uiteindelijk een betekenis aan geven en dit opslaan voor later gebruik.3

Neurale netwerktheorie
De laatste taalkundetheorie is de neurale netwerktheorie. Deze theorie is ook niet gebaseerd op aangeboren grammatica bij kinderen net als bij Tomasello. Deze theorie zegt dat kinderen geen taal leren door representaties en regels in te vullen, maar juist door het toepassen van meer algemene verstandelijke principes en mechanismen. Taal kan geleerd worden door zenuwverbindingen in de hersenen te versterken: hoe vaker een bepaalde zinsconstructie of een bepaald woord gehoord wordt, hoe sterker deze binding zal worden. Dus hoe beter een kind het zal onthouden en kunnen reproduceren. Door herhaling zal volgens deze theorie ook de verbinding in het neurale netwerk zich versterken en zo ontstaat er een specifieke configuratie van neuronen die geactiveerd worden, telkens wanneer hetzelfde woord of dezelfde zinsconstructie gehoord wordt.4

Er bestaan dus uiteenlopende theorieën wat betreft de taalverwerving van de mens. Van aangeboren taalgevoel naar taal geleerd door de omgeving. Welke theorie nu de exacte waarheid is, valt niet met onderzoek uit te wijzen. En wellicht komen er wel weer nieuwe theorieën bij of vallen er oude af. De wetenschap zit nooit stil.

maandag 26 januari 2015

Essay opdrachten

Opdracht 1 Verduidelijken

  1. Een mededeling dat student niet verder mag met studie
  2. Titel voor afronding HBO of eerste fase universitaire opleiding
  3. Titel voor afronding van tweede fase universitaire opleiding
  4. hogescholen en universiteiten bepalen zelf wie ze toelaten
  5. Vorm van studiefinanciering, hoeft niet worden terugbetaald
  6. Lening die een student kan aanvragen vanaf 2015, moet wel terugbetaald
  7. Onderdeel van een opleiding waarbij je in de praktijk leert
  8. Meewerken in bestuur van eens studentenvereniging
  9. Studenten die erg lang over hun opleiding doen
  10. Landelijke Studenten Vakbond
  11. Vorm van studeren waarbij je zelf de lengte van je studie bepaalt
  12. Vorm van onderwijs waarbij het volgen van dit onderwijs de voornaamste bezigheid is
  13. Studie die in onderdelen met tentamens oid kan worden afgesloten
  14. een systeem waarbij de student een aantal studiebonnen die kunnen worden ingewisseld tegen toelating tot een studie of onderdeel studie, krijgt

Opdracht 2 Woorden

  1. De harde knip houdt in dat studenten hun bachelor volledig moeten hebben afgerond voordat ze aan een master mogen beginnen. (Scheiding)
  2. Vrouw die artikelen schrijft voor een krant of tijdschrift
  3. Per slot van rekening
  4. In de juiste verhouden, naar evenredigheid
  5. Gegevens over studenten die hun studie niet afronden
  6. Ontwikkeling van nieuwe ideeën en dingen (Vernieuwing)
  7. Gekenmerkt door traagheid en starheid door te veel ingewikkelde regels en een te grote macht van ambtenaren/ambtelijk
  8. Eisen voor verhouding tussen de output en input van een proces

Opdracht 3 Ordenen

A. Het huidige onderwijssysteem van universiteit en hogeschool
Voor wie toegankelijk? Hogeschool: alle leerlingen met vwo- of havo- of MBO-diploma Universiteit: alle leerlingen met vwo-diploma of HBO-bachelor
Lengte van de studie? Hangt af van studie, vaak 4-6 jaar
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Geen keuze, voor iedereen hetzelfde
Waar kun je studeren? Hogescholen en universiteiten
Andere kenmerken Basisbeurs


B. De Open Universiteit
Voor wie toegankelijk? Alle leerlingen met vwo-diploma of HBO-bachelor
Lengte van de studie? Hangt af van studie, vaak 4-6 jaar
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Leerlingen kiezen zelf online
Waar kun je studeren? Thuis, je studeert online
Andere kenmerken Online

C. Het plan Truijens
Voor wie toegankelijk? Alle leerlingen met vwo-diploma of HBO-bachelor
Lengte van de studie? Zolang je wilt/nodig is
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Zelf vakken kiezen
Waar kun je studeren? Op universiteit
Andere kenmerken Flexstuderen

D. Het plan van de LSVb
Voor wie toegankelijk? Alle leerlingen met vwo-diploma of HBO-bachelor
Lengte van de studie? Zolang je wilt/nodig is
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Zelf vakken kiezen
Waar kun je studeren? Thuis en op universiteit
Andere kenmerken Studiepunten

E. Het plan van Rutte
Voor wie toegankelijk? Alle leerlingen met vwo-diploma of HBO-bachelor
Lengte van de studie? Niet langer dan 10 jaar
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Kiezen uit aantal mogelijkheden
Waar kun je studeren? Publieke en particuliere instellingen
Andere kenmerken Tegoedbonnen

Opdracht 4 Samenvatten (1)

  1. A. Mensen die ook nog iets anders willen doen buiten hun studie zoals een baan of lid zijn van een studentenvereniging.
    B. De studie moet in een bepaalde tijd worden afgerond en deze mensen redden dit dan niet.
  2. Studenten kiezen zelf de onderdelen van de studie die ze willen doen.
  3. Studenten betalen per onderdeel en krijgen per onderdeel een beurs.
  4. Het systeem is al heel lang onveranderd en kan niet ineens omgegooid worden.

Opdracht 5 Samenvatten (2)

– vergelijking alle plannen
– opinies van de politieke partijen
– iets meer over de LSVb



Opdracht 6 Samenvatten (3)

Studenten worden tegenwoordig zo snel mogelijk door hun studie heen gejaagd. Dit is niet voor iedereen handig; studenten die naast hun studie een baan willen nemen of bestuursfunctie willen vervullen, krijgen hier nauwlijks de kans voor. Om dit te veranderen bedacht Aleid Truijens het plan om studenten te laten betalen voor het onderwijs dat ze afnemen. Op deze manier kunnen ze zo lang over hun studie doen als ze willen. Die extra jaren zijn geen verloren jaren: langstudeerders hebben een bredere visie en zijn beter voorbereid op de maatschappij. De Landelijke StudentenVakbond is helemaal voor, omdat je studenten meer keuzevrijheid geeft in de vakken die ze willen volgen en ze dit op hun eigen tempo kunnen doen. De naam die de LSVb eraan geeft is 'flexstuderen'. In andere landen, zoals Zweden, kunnen studenten al sinds de jaren 70 hun eigen pakket samenstellen. De uitvalcijfers in deze landen zijn dan ook laag en nemen er meer volwassenen deel aan het onderwijs. Andere universiteiten zouden wat meer met hun tijd mee moeten gaan, net zoals de Open Universiteit, waar studenten online een studie kunnen volgen. Helaas functioneren universiteiten al eeuwen in eenzelfde systeem, dat niet van de ene op de andere dag omgegooid kan worden. Het plan van Truijens lijkt op het leerrechtensysteem van Mark Rutte, waar in ruil voor tegoedbonnen studenten hoger onderwijs kunnen volgen, aan zowel publieke als particuliere instellingen. Uit de politiek komen veel positieve reacties.


Opdracht 7 Beweringen en argumenten

Bijbehorende argumenten Objectief / Subjectief
1. Door maatregelen als … er flink op. (r.
2. Volgend jaar … zogeheten studievoorschot.
Objectief
Subjectief
Hierbij geen argumenten

Sommigen willen … een bestuursfunctie Objectief
Als je … in beslag Objectief
Langstudeerders zijn … snelle rakkers. Subjectief
Dat kweekt … als leidinggevende. Subjectief
Je geeft … dit doen. Objectief
Er zijn … willen studeren. Objectief
We lopen … kunnen inhalen. Objectief
Het volgen … huidige samenleving. Subjectief
De Wet … te houden. Objectief
Een deel … dat afstudeert Objectief
Het plan … te stimuleren. Objectief
Het huidige … naar alternatieven. Subjectief

Opdracht 8

Eens / Oneens Argument(en)
Oneens Ik hoor van verschillende kanten dat je er zo aan gewend bent.
Eens / oneens Niet alleen daarom.
Eens Iedereen heeft andere behoeften en meningen.
Eens Staat in de tekst.
Eens / Oneens Het is opzich wel zonde van de tijd, maar je hebt er wel gave dingen mee gedaan.
Eeens Je hoort jezelf te leren kennen en af te zetten tegen je vertrouwde omgeving, zodat je later goed kan functioneren in de maatschappij.
Eens Verandering is nodig zo af en toe.
Eens Het is niet voor iedereen geschikt.
Eens Staat in tekst
Eens Scholen mogen ook wel met de tijd mee.
Oneens De overheid maakt het ingewikkelder dan het is.
Eens Het gaat erom dat het zo duur is.
Eens Zijn al een poos terug ideeën over geopperd.
Eens Idee dat past bij deze tijd.

Opdracht 9 Kritisch lezen

  1. Het ministerie zegt helemaal niets.
  2. Student kiest zelf hoeveel krediet hij aanvraagt, maar dat heeft niets te maken met het tempo van zijn studie.
  3. Nee, studenten fysiek aanwezig.
  4. Nee, de opgedane kennis moet op den duur in praktijk worden gebracht.
  5. Ja

Opdracht 10 Jouw studiewensen

  1. Het plan van de Landelijke Studenten Vakbond spreekt mij het meest aan. Dan kan ik vakken van verschillende richtingen volgen en leren wat nou echt bijmij past. Ook lijkt de combinatie van zelfstudie en hoorcolleges me prettig, omdat ik af en toe wel een duwtje in de rug nodig heb, maar thuis werken kan ik ook wel. Maar alleen online leren, daar heb ik niet genoeg motivatie voor.
  2. De Open Universiteit spreekt mij het minst aan, omdat je dan heel weinig fysiek contact hebt met medestudenten en dat lijkt mij juist erg leuk. Ook denk ik niet dat ik genoeg motivatie heb om alleen maar online te studeren.

Opdracht 11 Schrijf een essay

 Of je het nu wilt of niet, het is de harde realiteit: vanaf 1 september 2015 zal het sociaal leenstelsel worden doorgevoerd. Voorheen kregen studenten die aan een hogeschool of universiteit gingen studeren hun studie vergoed door de regering, maar vanaf komend schooljaar moeten studenten deze zelf betalen. Deze verandering is groot, maar de commotie die het teweeg brengt, nog groter. Van alle kanten klinken verontwaardigde kreten. Hoe en wat weten we nog niet, maar dat het onderwijs aan vernieuwing toe is, daar kan bijna iedereen wel mee instemmen. Ikzelf, binnenkort ook student, sluit me hier volledig bij aan.

Maar de vraag die dit uiteraard oproept is: wat moet er dan worden veranderd aan het onderwijs op hogescholen en universiteiten? De minister van onderwijs, Jet Bussemaker gaat hier momenteel over in gesprek met studenten, docenten en bestuurders. Dit zijn mensen die al studeren of werken in het hoger onderwijs. Maar ze spreekt niet met de toekomstige studenten, de mensen die met de veranderingen te maken krijgen, mensen zoals ik. Dit vind ik erg jammer en wil daarom bij deze uiteenzetten hoe ik, en met mij veel anderen, tegen dit onderwerp aan kijk.

Vernieuwing

Er zijn al verschillende plannen gemaakt over een grote vernieuwing in het onderwijs. Zo wil Aleid Truijens dat er meer keuzemogelijkheid in leerstof komt, en dat er geen limiet zit op hoe lang iemand mag studeren. In het leerrechtensysteem van Mark Rutte was het de bedoeling dat studenten in ruil voor tegoedbonnen hoger onderwijs konden volgen. Er bestaat ook een Open Universiteit, waar studenten online een studie kunnen volgen. Tot slot wil de Landelijke Studenten Vakbond dat studenten gedeeltelijk zelfstudie doen gedeeltelijk hoorcolleges volgen. Zo zijn er afgelopen jaren meerdere ideeën geopperd om het onderwijs te verbeteren, maar er worden geen radicale beslissingen gemaakt.

Combinatie plannen

Ik vind dat in alle plannen goede elementen zitten. Maar ik denk dat je het zo moet bekijken: het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Als we deze plannen combineren krijgen we een heel breed aanbod. Grote klassen en hoorcolleges zijn goed, omdat studenten dan leren zelfstandig te werken. Aan de andere kant is er in kleine klassen goede persoonlijke begeleiding. Bij online studeren kun je tijd naar eigen wens indelen, maar bij fysieke aanwezigheid heb je interactie met medestudenten.

Moderne media

Op andere gebieden ben ik echter niet van mening dat er meer modernisering nodig is. Er wordt veel gepraat over meer gebruik van de moderne media in het onderwijs. Hier ben ik het niet mee eens. Het gebruik van moderne media leidt naar mijn mening de student alleen maar af. Ondanks dat het wel handig kan zijn is het niet echt nodig en de voordelen wegen niet op tegen de nadelen.

Laat de student van nu juist dat kiezen wat bij hem of haar past, zodat deze later goed in de maatschappij zal functioneren. Iedereen is verschillend, dus bij iedereen past een andere manier van leren. Op deze manier krijgt iedereen de kans om intellectueel volledig tot ontplooiing te komen.







woensdag 29 oktober 2014

Schrijfopdracht 2, Betoog

Betoog invoering sociaal leenstelsel

Wat afgelopen maanden een veelbesproken onderwerp is geweest, is dat de studiefinanciering wordt afgelast. Dit jaar is het laatste jaar dat beginnende studenten hun studie vergoed krijgen door de regering. Vanaf één september 2015 moeten studenten dit zelf gaan betalen. Er zijn uiteraard bijna geen studenten die zich dat zomaar kunnen veroorloven en daarom zal het sociaal leenstelsel worden ingevoerd. Bij het sociaal leenstelsel sluiten studenten een lening af die ze na hun studie moeten afbetalen. Dit is naar mijn mening een hele radicale beslissing met verstrekkende, en vooral negatieve, gevolgen

Toegankelijkheid onderwijs
Door de invoering van het sociaal leenstelsel wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs aangetast. Er zullen minder jongeren uit gezinnen met lage inkomsten gaan studeren, doordat zij bang zijn voor een grote schuld die ze niet kunnen afbetalen. Veel scholieren, zoals ikzelf, gaan bij zichzelf na of een studie wel zo'n grote investering waard is. Een studie geeft in Nederland immers geen garantie op een baan en velen zien op tegen zo'n schuld. Ook is er grote kans dat deze scholieren minder door hun ouders zullen worden gestimuleerd om te gaan studeren uit angst voor al de extra kosten. Het is echt enorm zonde om alle kennis die deze jongeren bezitten, niet te benutten. Door deze zaak zal het verschil tussen arm en rijk in Nederland toenemen. Immers, als scholieren uit armere gezinnen niet gaan studeren hebben ze minder kans op een goedbetaalde baan.

Geld lenen kost geld
Er wordt gezegd dat het terugbetalen van deze schuld niet zo erg is als het lijkt, omdat de rente laag is en de periode om het af te betalen lang, namelijk 35 jaar. Dit is inderdaad zo. 35 Jaar is een hele redelijke tijd voor de afbetaling. Maar we moeten er wel rekening mee houden dat ook al is de rente laag, het blijft rente. Het te betalen bedrag blijft alsmaar groter worden naarmate de tijd vordert. Daarom is het eigenlijk ook een nadeel dat studenten na hun studie zo veel tijd krijgen om hun lening af te betalen. Afgestudeerden zouden denken dat ze nog alle tijd hebben om te betalen en staan niet stil bij hoe groot het uiteindelijke bedrag kan worden. De kans bestaat dus dat studenten van nu, pas vele jaren later de negatieve gevolgen van het sociaal leenstelsel zullen merken.
Ik vind bovendien dat het vreemd is dat de overheid überhaupt jongeren die willen studeren bijna verplicht om te lenen. Het hebben van schulden blijkt immers zo gevaarlijk dat sinds 2009 op elke lening een waarschuwing moet worden gegeven. We kennen allemaal de kreet “Let op! Geld lenen kost geld.” Wil de overheid iedere jonge student gaan opzadelen met iets waar ze zelf voor waarschuwen? Ik vind dit heel vreemd.
Ook denk ik dat veel studenten niet beseffen dat ze door te gaan studeren, zich vastketenen. De toekomst ligt niet vast, het kan altijd alle kanten op. Veel mensen vinden dat juist fijn. Als dit niet zo zou zijn wordt het leven maar voorspelbaar, saai. Maar door een zodanig grote lening af te sluiten op een leeftijd waarop je nog geen idee hebt wat je staat te gebeuren, zorgt ervoor dat je blijft vastzitten aan het verleden. Wie wil studeren mag vast gaan wennen aan het idee dat de komende dertig jaar in het teken staat van de schulden uit het verleden.

Er zijn dus vele redenen om het sociaal leenstelsel niet in te voeren en te blijven bij de studiefinanciering. Er zullen meer studenten blijven studeren en dus zal er minder kennis verloren gaan. Ook kunnen jongeren met een schone lei aan hun volwassen leven beginnen, zonder bezig te zijn met schulden uit hun verleden. Het invoeren van het sociaal leenstelsel is dus geen verbetering voor de samenleving. 

vrijdag 17 oktober 2014

Schrijfopdracht 3, Uiteenzetting (versie 2)


Echtscheiding in verschillende tijden

Op twaalf september 2014 was de nationale Dag van de Scheiding. Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat tegenwoordig een op de drie huwelijken uiteindelijk uitloopt op een echtscheiding. De Dag van de Scheiding is ingesteld om meer aandacht te vragen voor deskundige begeleiding bij scheiden.

Echtscheiding in de geschiedenis

Vroeger keek men heel anders tegen scheiden aan. Om te begrijpen hoe echtscheiding in elkaar zit, moet men eerst kijken naar het huwelijk. In de Klassieke Oudheid trouwde men zelden uit liefde, dit was hoogstens een pluspunt. Men trouwde eerder voor de bruidsschat, om de band tussen twee families te versterken of om de familienaam te laten voortbestaan. Uithuwelijking was dan ook de normaalste zaak van de wereld. Doordat het huwelijk niet op liefde gebaseerd was, was er ook veel sprake van overspel. Overspel door de man was heel gewoon, terwijl als de vrouw dit deed, zij ter dood kon worden veroordeeld. Zoals waarschijnlijk wel bekend is bij jullie, was een vrouw totaal onderwerpen aan haar man. De man was dus de baas over zijn vrouw en kon zomaar van haar scheiden als hem iets niet aanstond. Echtscheiding kwam dus ook vrij vaak voor in de Klassieke Oudheid.

Dit is in tegenstelling tot de late middeleeuwen. In de middeleeuwen bij het grootste gedeelte van de bevolking het christendom centraal. De kerk was voor een onontbindbaar huwelijk en probeerde echtscheiding dan ook te verbieden. Volgens teksten die zijn overgeleverd uit de 11e eeuw, kon niets anders dan het overlijden van een van de partners de huwelijksband verbreken. Overspel en onvruchtbaarheid waren dus geldige redenen tot scheiding. Deze regels werden niet overal geaccepteerd, maar echtscheiding werd hierdoor wel zeldzaam in de middeleeuwen, eerst bij het volk en later bij de adel.

In de 17e en 18e eeuw was echtscheiding alleen mogelijk in geval van overspel. Dit kwam wederom door de invloed van de kerk en doordat de vrouw financieel afhankelijk was van haar man. Het christendom was het algemene geloof en over het huwelijk staat in de bijbel het volgende: “Ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden” (Matteüs 19:6)

Echtscheiding nu

Halverwege de 20e eeuw zorgde de toename van welvaart en betere sociale omstandigheden ervoor dat een vrouw beter alleenstaand kon leven. Ook werden vrouwen steeds minder als onderworpen aan hun man gezien. Vrouwen kregen steeds meer gelijke rechten. De stap naar echtscheiding kan sindsdien makkelijker gemaakt worden.

Het aantal echtscheidingen neemt sindsdien sterk toe. Volgens het CBS nam sinds het begin van de 20e eeuw het aantal toe van 600 tot 34.000 per jaar. Dit zou kunnen komen doordat men tegenwoordig in Nederland steeds vaker in het huwelijksbootje stapt uit liefde. Er ontstaan hoge verwachtingen die tijdens het huwelijk vaak omslaan in bittere teleurstellingen. Echtscheiding wordt tegenwoordig ook steeds normaler gevonden. Er zijn tv-programma's over, zoals “Divorce” en “Echt scheiden”. Men kijkt tegenwoordig dan ook niet meer zo gek op als vroeger wanneer een stel bekend maakt te gaan scheiden.

Uiteraard zitten er ook nog verschillen tussen de verscheidene culturen en geloven in Nederland. Zo is echtscheiding onder de streng gereformeerden en onder de aanhangers van de islam nog steeds zeer zeldzaam.

De normen en waarden over huwelijk en echtscheiding veranderen dus steeds. Een voorbeeld hiervan is dat het aantal scheidingen tegenwoordig flink stijgt. In verschillende tijden en culturen wordt er anders tegen aangekeken. Maar dit is niet zo gek: tijden veranderen, echtscheiding kennelijk ook.

vrijdag 10 oktober 2014

Schrijfopdracht 3, Uiteenzetting

Schrijfopdracht 3, Uiteenzetting

Echtscheiding in verschillende tijden

Op twaalf september 2014 was de nationale Dag van de Scheiding. Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat tegenwoorden een op de drie huwelijken uiteindelijk uitloopt op een scheiding. De Dag van de Scheiding is ingesteld om meer aandacht te vragen voor deskundige begeleiding bij scheiden.

Echtscheiding in de geschiedenis

Vroeger keek men heel anders tegen scheiden aan. Om te begrijpen hoe echtscheiding in elkaar zit, moet men eerst kijken naar het huwelijk. In de Klassieke Oudheid trouwde men zelden uit liefde, dit was hoogstens een pluspunt. Men trouwde eerder voor de bruidsschat, om de band tussen twee families te versterken of om de familienaam te laten voortbestaan. In de Oudheid, maar ook in het begin van de middeleeuwen kwam scheiden vaak voor. Dit is in tegenstelling tot de late middeleeuwen. De kerk was voor een monogaam en onontbindbaar huwelijk en probeerde echtscheiding dan ook te verbieden. Dit is niet gelukt, maar monogamie en onontbindbaar huwelijk werden uiteindelijk wel standaard, eerst bij het volk en later bij de adel.
In de 17e en 18e eeuw was echtscheiding alleen mogelijk in geval van overspel. Dit kwam weer door de invloed van de kerk en doordat de vrouw financieel afhankelijk was van haar man. Het christendom was het algemene geloof en over het huwelijk staat in de bijbel het volgende: “Ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden” (Matteüs 19:6)

Echtscheiding nu

Halverwege de 20e eeuw zorgde de toename van welvaart en betere sociale omstandigheden ervoor dat een vrouw beter alleenstaand kon leven. De stap naar echtscheiding kan sindsdien makkelijker gemaakt worden, ook omdat het niet meer verboden is door de kerk

Het aantal echtscheidingen neemt sindsdien sterk toe. Volgens het CBS nam sinds het begin van de 20e eeuw het aantal toe van 600 tot 34.000 per jaar. Dit zou kunnen komen doordat men tegenwoordig in Nederland steeds vaker in het huwelijksbootje stapt uit liefde. Er ontstaan hoge verwachtingen die tijdens het huwelijk vaak omslaan in bittere teleurstellingen.
Echtscheiding wordt tegenwoordig ook steeds normaler gevonden. Er zijn tv-programma's over zoals “Divorce” en “Echt scheiden”. Men kijkt tegenwoordig dan ook niet meer zo gek op als vroeger als een stel bekend maakt te gaan scheiden.



Over huwelijk en echtscheiding zijn dus steeds veranderende normen en waarden. Het aantal scheidingen stijgt tegenwoordig flink. In verschillende tijden wordt er anders tegen aangekeken. Maar dit is niet zo gek. Tijden veranderen, echtscheiding kennelijk ook.

donderdag 18 september 2014

Opdracht 16: Drogredenen

De gymles is weer aangebroken.
Voor de een is het de hemel, voor de ander de hel. 
Veel jongens vinden het niet heel erg om met de meiden te gymmen en andersom trouwens ook. Maar deze gemengde gymles brengt toch aardig wat nadelen met zich mee.

Vaak zie je duidelijke verschillen tussen de geslachten op het gebied van sport. Zo hebben jongens vaak interesse in andere sporten dan meiden en is er toch duidelijk verschil qua niveau.
Jongens houden over het algemeen meer van ruige balsporten en meisjes van turnen of iets dergelijks. Dit kan grote problemen geven met de motivatie van de leerlingen. Wanneer de jongens met voetballen alle meisjes onderuit lopen, zullen deze zich al gauw afzijdig houden.

Als de leerlingen gescheiden zouden gymmen, zouden deze problemen er niet meer zijn. De gymles kan worden aangepast aan het niveau van de leerlingen en de sporten waarin interesse is, kunnen worden beoefend. Dit brengt met zich mee dat leerlingen gemotiveerder en actiever zullen zijn tijdens de gymles.

Bij bijna alle sporten wordt er onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen en bovendien werden vroeger de gymlessen ook apart gegeven. Jongens en meisjes zouden dus gescheiden gymlessen moeten hebben.

donderdag 19 juni 2014

Schrijfopdracht 6: Klachtenbrief

Anna-Wil Blokland
Baanhoek 97
3361 GB SLIEDRECHT

Sliedrecht,19 juni 2014

Museum van de Twintigste Eeuw
Postbus 314
2525 BX DEN HAAG

Betreft: klacht museumbezoek

Geachte heer/mevrouw,

Op zaterdag 7 juni zijn mijn klas en ik naar het Museum van de Twintigste Eeuw geweest. We waren daar om uw tentoonstelling '50 jaar reclame' te bezoeken. Een onderdeel hiervan zou 'een inleiding op deze tentoonstelling door een deskundige' zijn.

Nu was het zo dat deze deskundige zich duidelijk niet goed had voorbereid en ook niet zo deskundig was: hij kon onze vragen niet beantwoorden; hij las al zijn informatie voor van zijn klembord en de informatie die hij verschafte was onvolledig.

Bovendien was al deze informatie ook te vinden op uw website, die wij van tevoren met de klas hadden doorgenomen.

Wij waren dus helemaal niet tevreden met deze inleiding op de tentoonstelling. Dit was niet zo heel erg geweest, als we niet 75 euro hadden moeten betalen hiervoor.

Wij voelen ons opgelicht en zouden dan ook graag ons geld binnen afzienbare tijd retour zien.

Met vriendelijke groet,
Anna-Wil Blokland